Behind Death’s Door
2011

English

Babs Bakels, Museum Tot Zover Amsterdam (2011):

The melancholic photoseries Behind Death’s Door shows the houses of recently deceased people of whom the relatives chose a specialized company to clear out their homes. Panyigay went along several times to investigate death more.

The photos are hermetic, there is no contact with the outside world, which results in an oppresive atmosphere of loneliness and nostalgia. Trivial objects are the last remains of a passed life. Traces are being removed, a preview of the fading of memories.

Eventually falling into absolute oblivion is the frightening fate of each individual. Eternity comes down to a constant movement of people who constantly die.”

DUTCH

 Babs Bakels, Museum Tot Zover Amsterdam (2011):

“De melancholische fotoserie Behind Death’s Door toont de huizen van personen die recentelijk zijn overleden en waarvan de nabestaanden de ontruiming overlieten aan gespecialiseerde bedrijven. Panyigay liep verschillende malen mee om de dood verder te doorgronden.

De foto’s zijn hermetisch, er is geen contact met de buitenwereld, wat resulteert in een beklemmende sfeer van eenzaamheid en heimwee. Triviale objecten zijn de laatste resten van een voorbij leven. Sporen worden uitgewist, een voorafschaduwing van het vervagen van herinneringen.

Het uiteindelijk wegzinken in absolute vergetelheid is het beangstigende lot van ieder individu. Eeuwigheid komt neer op een voortdurende beweging van mensen die onophoudelijk doodgaan.


DUTCH

Maarten Moll - het Parool, 2017:

Duidelijk is te zien dat er een klok aan de wand heeft gehangen. De tijd heeft om de afdruk heen het behang verkleurd. Straks is ook het behang weg, of overgeschilderd, en herinnert niets meer aan degene die er woonde. Het is een intrigerende foto, die iets onnoemelijk triests heeft. Zo zijn er meer in de serie Behind Death’s Door van de Nederlands-Hongaarse fotografe Satijn Panyigay. 

Panyigay fotografeerde voor de serie uit 2011 in huizen van mensen die kort daarvoor waren overleden. Ze deed dat terwijl het huis door een bedrijf werd ontruimd. Omdat de overledene geen familie meer had, of omdat familie daar geen tijd voor had, of ze niet geconfronteerd wilden worden met sporen van iemand die er niet meer is.

En die sporen zijn er natuurlijk, dat laten de foto’s duidelijk zien. We zien een kast, half open. Een lege plank, een roede waar geen kleerhangers met overhemden of jurken meer aan hangen. Toch is het geen inkijkje in een leeg leven, want de kast zelf heeft ook geschiedenis. Waar is de kast gekocht? Wanneer? Heeft hij altijd op die plaatst gestaan? Wil niemand die kast? Waarom niet?

Een bed met een kaal matras, een foeilelijke stoel met diverse kussentjes. Muren waar lijsten aan hebben gehangen. We zullen nooit weten wie in dat bed lagen, hoe in die stoel is gezeten, waar de levenden naar keken.

Het zijn laatste sporen, geschiedenissen, verhalen. Misschien duikt de kast nog eens op in iemands herinnering, tot het voor altijd zal worden vergeten en wordt gewist door de tijd.
Wat zeggen deze alledaagse spullen en voorwerpen in een al bijna ontruimd huis? Het is een hele andere kijk op de dood die Panyigay laat zien. Doodsfotografie zonder lichamen.